Scholen zijn verplicht zorg te dragen voor de fysieke en sociale veiligheid van leerlingen en medewerkers op basis van de onderwijswetten, cao’s onderwijs en Arbowetgeving. Vanuit de Arbo-wet is een school verplicht om minstens één werknemer als preventiemedewerker aan te wijzen. 

De preventiemedewerker houdt zich bezig met preventie-activiteiten op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn van werknemers en van leerlingen. De preventiemedewerker verleent medewerking aan het opstellen en verrichten van de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Daarnaast werkt de preventiemedewerker als adviseur van de medezeggenschapsraad en werkt daar ook nauw mee samen bij het afspreken en uitvoeren van maatregelen.

De preventiemedewerker heeft twee rollen:
Een uitvoerende rol: zoals het uitvoeren van de RI&E en de daarop gebaseerde Arbo maatregelen uitvoeren;
Een adviserende rol: zoals het analyseren van de problemen, het bedenken van (structurele) oplossingen, het adviseren en overtuigen van, en het samenwerken met de (G)MR, de bedrijfsarts of de arbodienst, de directie en de (collega) medewerkers.


Meldcode

Scholen dienen een Meldcode, dit is een protocol met een stappenplan, te hebben waarin beschreven staat hoe de professional omgaat met signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. In de Meldcode dient te staan wie wanneer wat en op welke wijze doet en bevat een signalenlijst en gesprekshandleiding. Ook registratie- en dossiervorming, de rollen en verantwoordelijkheden, een sociale kaart en scholingsplan maken deel uit van de Meldcode. Naast het implementeren van de Meldcode dient de organisatie het gebruik en kennis van de Meldcode te bevorderen. Het personeel dient getraind te zijn in het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling en het werken met de Meldcode. 
Vanaf 1 juli 2013 zijn beroepskrachten verplicht deze meldcode te gebruiken bij signaleren van vermoedens van  (huiselijk) geweld. Een meldcode beschrijft in 5 stappen wat een professional moet doen bij vermoedens van (huiselijk) geweld en mishandeling.
 
Stap 1: kaart brengen van signalen ( vaak door leerkracht);
Stap 2: overleggen met een collega (intern zorgteam: vertrouwenspersoon, IB en directie) en eventueel raadplegen van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) of het Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG);
Stap 3: gesprek met de cliënt (altijd samen met een lid van het zorgteam);
Stap 4: wegen van het geweld of de kindermishandeling (eventueel in overleg met GGD en/of SMW);
Stap 5: beslissen: hulp organiseren of melden.



Laatste Nieuws

Start Kinderboekenweek 2020
Week Tegen Pesten
Schoolproject Ethiopë